1. Aanwijzingen bij de installatie van HiSPARC detectoren

Skibox ‘Jetbag Apollo 700’ (2325 x 690 x 400) zie: www.hapro.nl, www.jetbag.com

De HiSPARC detectoren zijn ondergebracht in skiboxen die bij normaal gebruik geschikt zijn voor toepassing onder uiteenlopende weersomstandigheden. De boxen verkrijgen hun stabiliteit door ze via hun standaard bevestigingspunten (4 beugels) vast te zetten en de deksels op de juiste wijze te slui­ten (scharnieren en 3-punts sluiting) en te vergrendelen (sleutel + slot). Om er voor te zorgen dat de boxen ook onder extreme weersomstandigheden (storm) op hun plek blijven, is gekozen voor een robuuste verankering (rechts). Deze verankering blijft los van het dak zodat er geen aanpas­singen aan het dak zelf noodzakelijk zijn. Het totale gewicht (en dus de lokale dakbelasting) neemt daardoor wel toe, maar blijft door een goede gewichtsverdeling beperkt (minder dan 50 kg/m2).

Voordat de skiboxen met hun detectoren definitief geplaatst kunnen worden moeten diverse elektri­sche tests uitgevoerd worden en moet de volledige documentatie voor de opstelling beschikbaar zijn zowel op papier (logboek) als op de lokale (school/instituut) website. Dit is de verantwoordelijkheid van de groep leerlingen die aan de bouw en plaatsing deelneemt. Met behulp van deze documentatie kunnen de resultaten van de individuele metingen aan de scintillator, fotoversterkerbuis en uitleeselektronica ge­combineerd worden. Dit is noodzakelijk om later de signalen van de kosmische straling te kunnen in­terpreteren!

Voordat de skiboxen geplaatst worden is het raadzaam om de volgende punten stap voor stap te controleren:

  • Iedere detector heeft een sticker met een detector-identificatienummer. Dit unieke identificatie­nummer wordt ook in de analyse software gebruikt en wordt aangegeven op de statuspagina van de betreffende cluster op de HiSPARC website en in het logboek van de detector. Dit num­mer is ook verbonden met het serienummer van de fotoversterker buis.

  • Om te voorkomen dat tijdens het transport de fotobuis beschadigt, wordt de detector zo in de skibox geplaatst dat de fotoversterkerbuis zich altijd aan de hogere kant van de skibox bevindt (aan dezelfde kant als de kabeldoorvoer).

  • Voor iedere detector is een volledige elektrische test uitgevoerd en gedocumenteerd (kopie rapport bij school in het logboek, bij coördinerende instelling en geplaatst op lokale webpa­gina’s).

  • Iedere detector is gekalibreerd (documentatie: in logboek, kopie bij school en bij coördinerende instelling en op webpagina’s!).

  • 1 signaalkabel (coax) en 1 voedingkabel (5-aders) per skibox zijn getest en aangelegd (de stan­daard - maximale - kabellengte is 30 meter). De kabels dragen aan beide uiteinden merkte­kens. Let op bij de aanleg: de voedingskabels zijn niet symmetrisch, de uiteinden hebben verschillende connectors (male/female)! De fotobuis bezit een ‘male’ connector en moet dus verbonden worden met de ‘female’ connector van de voedingskabel…

  • De kabels in de ‘vrije natuur’ (op het dak en langs de gevel) zijn bij voorkeur in vast gemon­teerde stabiele (metalen/kunststoffen) kabelgoten/buizen ondergebracht (de voedingsspanning van de fotobuis bedraagt 12 Volt met beperkte belastbaarheid). Voorkom kortsluiting; be­scherm de connectors tegen mechanische belasting en inwerking van vocht en voorkom scherpe knikken in de kabels!

  • De GPS antenne is op een stabiele mast of antennevoet in de directe nabijheid van het detec­tiestation geplaatst, zodat de antenne ‘vrij zicht’ heeft op een zo groot mogelijk deel van de he­mel. Bij correcte plaatsing, worden meer dan 5 satellieten gelijktijdig waargenomen.

  • De GPS antenne wordt op een buis/standaard gemonteerd waarbij de antenne aan de onder­zijde past op een gasfitting van ¾ ‘’ of direct op de bijgeleverde kunststof voet.

  • De GPS antennekabel is bij voorkeur in een stabiele kabelgoot gemonteerd (de GPS kabel­lengte bedraagt eveneens 30 meter; deze kabellengte mag zonder speciale maatregelen niet veranderd worden!). De kabel heeft aan beide zijden dezelfde connector en mag niet los lig­gen/hangen, vooral niet langs een mast (gebruik kabelbinders)!

  • Er wordt rekening gehouden met speciale voorschriften/voorzieningen bij dakbeveiliging tegen blikseminslag.